5 vragen over het lerarenregister

Na het behalen van een diploma blijf je altijd werken aan je professionele ontwikkeling. Dat geldt ook voor leerkrachten. Als leerkracht kun je je inschrijven in het Lerarenregister om te laten zien dat je bevoegd bent en je vak goed bijhoudt. Vanaf 2017 wordt dit register zeer waarschijnlijk verplicht voor iedereen die voor de klas staat.

Juf & Meester stelde vijf vragen over het Lerarenregister aan Thirsa Veltrop. Zij is lerares bij Stichting Primair Onderwijs Utrecht en ambassadeur van de Onderwijscoöperatie, de organisatie die het Lerarenregister coördineert en ontwikkelt.

1. Waarom zou ik me als leerkracht registeren?

‘Leerkracht is een belangrijk en verantwoordelijk beroep en ik vind dat we dat meer naar de buitenwereld mogen uitstralen. Het lerarenregister draagt bij aan de vorming van een sterkere beroepsgroep. Eén waarbij we onze eigen kwaliteitsnormen opstellen en verantwoording afleggen aan elkaar. En aan ouders en leerlingen. Door het register weten zij zeker dat er een bekwame leerkracht voor de klas staat. Op dit moment is de enige eis om je als leraar te kunnen registreren, dat je aantoonbaar bevoegd bent. Iedereen kan zien of je een geregistreerd leraar bent, dus overheid, ouders, leerlingen, besturen, enzovoort.’

2. Wie heeft bedacht dat er een register moet komen? Wordt het geen bureaucratisch monster?

‘Het register is in 2012 gestart door de Onderwijscoöperatie, een organisatie van, door en voor leerkrachten. De leerkracht is geen uitvoerder van andermans plannen, maar ontwerpt zelf. Hij is een professional die garant staat voor de kwaliteit van zijn lessen en daarover verantwoording aflegt. Via het register is dat voor iedereen zichtbaar. Bovendien wordt het register door leerkrachten zelf ontwikkeld en ik weet dat gebruiksvriendelijkheid bij iedereen hoog op het prioriteitenlijstje staat. Ik ben de laatste die ontkent dat het onderwijs een sterke bureaucratische benadering kent. In die zin begrijp ik dat er leerkrachten zijn die het register in eerste instantie zien als het zoveelste controlemiddel. Dat het vooral tijd kost. Maar ik geloof dat een leraar die zijn beroep serieus neemt, met gemak 160 uur investeert aan scholing, verdeeld over 4 jaar. We hebben het over minimaal 40 uur per jaar die je verantwoordt. Ik zie dat persoonlijk niet als een papieren tijger. Dan zijn er voor mij andere bureaucratische monsters binnen het onderwijs waar ik mij tegen zou willen verzetten.’

3. Welke informatie moet ik als leerkracht doorgeven?

‘In het register kun je een account aanmaken met een e-mailadres en een wachtwoord. Je vult je persoonsgegevens in, binnen welke onderwijssector je werkzaam bent en op welke school je op dit moment werkt. Nadat je door middel van je diploma je bevoegdheid hebt aangetoond, wordt de registratie in behandeling genomen. Kort hierna krijg je bericht of je op basis van je aangetoonde bevoegdheid geregistreerd bent. Je kunt meteen je nascholingsactiviteiten in je portfolio bijhouden. Dat kunnen allerlei activiteiten zijn: cursussen, congressen of studiedagen.’

4. De praktijk is de beste leerschool… Ik leer bijvoorbeeld veel van collega’s. Telt dat ook?

‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Van en met elkaar leren is heel erg belangrijk. Bovendien is het vaak goedkoop en enorm effectief. In mijn werk als ambassadeur van de Onderwijscoöperatie is dat een van de meest gestelde vragen: kun je informeel leren ook in het register opnemen? Ja dus. Dat is ook helder in het Beoordelingskader professionalisering leraren te lezen. Hier kun je zien welke activiteiten zoal meetellen en voor hoeveel registeruren. Op de meeste scholen wordt in teamverband jaarlijks een flink aantal uren aan professionalisering besteed, bijvoorbeeld via peer review en bij elkaar in de klas kijken. Dat kun je allemaal opvoeren in je portfolio.’

5.Wie checkt of ik niet een extra bijscholing ‘verzonnen’ heb?

‘Je kunt in het verplichte register activiteiten opvoeren die gevalideerd of erkend zijn. Dat doe je via certificaten en deelnemersbewijzen. Bij activiteiten zoals deelname aan een kenniskring of collegiale consultatie kun je verslagen of rapporten als bewijs gebruiken. Natuurlijk zal hier ook op gecontroleerd worden. Hoe dat precies gebeurt, moet nog ontwikkeld worden.’

Nieuwsgierig geworden?

Je kunt Thirsa of een van haar collega-ambassadeurs van de Onderwijscoöperatie uitnodigen voor een gesprek of presentatie over professionele ontwikkeling en het register bij jou op school. Vraag een bezoek van een ambassadeur aan via info@onderwijscooperatie.nl.

Meer over het Lerarenregsiter
Meer '5 vragen over'
DELEN