Juffenmoe

Gastcolumn

Gastcolumn van Tessa
Tessa studeert dit jaar af op de pabo. Ze schrijft over haar ervaringen in én voor de klas op haar Facebookpagina Juf Tessa Typt!

Ik wil niet naar stage. Ik wil geen juf meer zijn.

Mijn meesterproef: vijf weken voor de klas, om te laten zien wat ik allemaal heb geleerd en waar ik nog winst te behalen heb. Helaas verloopt het niet zoals ik me had voorgesteld. Sterker nog, het gaat goed mis. Ik verlies mezelf, loop de hele dag achter de feiten aan en krijg het niet voor elkaar de boel te managen. Tablets zijn niet opgeladen, er vallen gaten in het rooster en ik krijg het voor elkaar een les te beginnen terwijl de werkbladen nog beneden in de printer liggen. Op vrijdagmiddag word ik door mijn collega’s liefdevol bij elkaar geveegd. Met extra tips en aanmoediging begint mijn weekend. Een weekend waarin ik 48 uur de tijd heb om te bedenken hoe ik de komende vier weken ga overleven.

Echt een ochtendmens ben ik nooit geweest. Maar vanaf de maandag erna verandert er iets: ik wil niet meer opstaan. Ik wil niet naar stage. Ik wil geen juf meer zijn. Het idee dat ik vandaag 26 beginnende pubers iets moet leren, de administratie moet bijhouden én structuur in de klas moet creëren en behouden, maakt me moedeloos.

Nadat ik de onzichtbare olifant van mijn hoofd heb weten te tillen, sleep ik mezelf naar mijn stageschool. Vermoeid en verward. Vlak voordat de kinderen binnenstormen, breek ik in duizend stukjes. Ik zonder me af in een leeg lokaal en leg mijn hoofd op een bureau. Laat me hier maar liggen en maak me over drie maanden maar wakker, denk ik, terwijl ik probeer mezelf bij elkaar te rapen. Tijd voor een gesprek met mijn begeleiders over hoe het verder moet. Eén ding is zeker, niet op deze manier.

Ik moet veranderen, de kinderen niet. Ik moet leren hoe ik om moet gaan met onverwachte situaties. Voor een groot deel zit dat in de voorbereiding en planning. De dag moet voor de kinderen zo voorspelbaar mogelijk zijn. En ik ben de voorspeller.
Wanneer ik later op de dag de draad weer oppak en een taalles geef aan groep 7, loopt mijn studieloopbaanbegeleider knipogend de klas in. Ik zie dat hij weet hoe ik me voel. Ik hoef hem niets meer uit te leggen.
‘Hey, jij bent toch de meester van meneer Gijs?’ roept Bekir hem na, wanneer hij weer wegloopt. ‘Dat klopt,’ zeg ik. ‘Dat heb je goed onthouden. Maar hij is ook mijn meester hoor.’
Bekir kijkt me vol verbazing aan. ‘Huh? Maar jij bent toch al juffrouw?’

Was dat maar waar, jongen. Was. Dat. Maar. Waar.

DELEN