9 tips voor betere ouderbrieven (en andere teksten)

Teksten voor de website van de school, een kort briefje voor een kind of een ouderbrief… als leerkracht schrijf je wat af. Maar niet iedereen vindt dat even gemakkelijk. Met deze tips worden je teksten korter en beter!

  1. Wie, wat, waar, hoe en waarom?

Het lijkt een open deur, maar toch gaat het hier vaak mis. Controleer altijd of alle informatie in de brief staat. Wie houdt het rapportgesprek, waarom is het rapportgesprek belangrijk, waar is het, hoe verloopt het gesprek (hoelang duurt het bijvoorbeeld) en wat bespreken de leerkracht en de ouders?

  1. Vermijd de lijdende vorm

Vaak gebruiken we de lijdende vorm terwijl dat niet nodig is. Het maakt je tekst langdradig, lastiger te begrijpen en het haalt de vaart uit je tekst.

Bijvoorbeeld: Er wordt om negen uur een ronde van rapportgesprekken gehouden.

Beter is: Juf Anita en meester Mark houden om negen uur rapportgesprekken.

Lees ook het blog van journalist Dennis Rijnvis. http://schrijfvis.nl/passieve-zinnen/

  1. Controleer je teksten op overbodige woorden

Iedereen heeft ze: stopwoordjes. Ook in geschreven teksten zie je ze terug. Bij de Juf & Meester-redactie hebben we bijvoorbeeld de neiging overal het woordje ‘wel’ tussen te proppen. Totaal overbodig. Als je regelmatig je eigen teksten kritisch terugleest, haal je die stopwoordjes er zo uit.

 4. Keep it simple

Veel mensen gebruiken graag ‘mooie’ woorden. We denken waarschijnlijk dat het intelligent en belangrijk staat. Maar het gaat voorbij aan het allerbelangrijkste: dat de lezer de boodschap begrijpt. Goede schrijvers schrijven simpel en passen hun taalgebruik aan het lezerspubliek aan.

Dus niet: Na onderling beraad over de gewenste toekomstvisie, zullen de betrokkenen de uitkomst in een presentatie delen met de geïnteresseerden.

Maar liever: Aanstaande vrijdag bespreken de leerkrachten en de schooldirectie de toekomstvisie van de school. Maandag om 20.00 uur vertelt juf Tineke hierover aan geïnteresseerde ouders. U bent van harte uitgenodigd.

 5. Controleer de spelling

Overbodig om te vermelden? Je zult verbaasd staan hoe vaak mensen deze stap overslaan.

 6.Vermijd vakjargon

Onderwijsmensen gebruiken veel vakjargon: rt’er, ib’er, leerarrangement, rugzakje… Ouders weten niet altijd wat hiermee bedoeld wordt. Zeker voor ouders van kinderen in de onderbouw zijn deze woorden compleet nieuw. Houd daar rekening mee.

 7. Maak afspraken

Tijdens het schrijven moet je vaak kiezen: Spreek je de ouders aan met u of met jij? Noem je collega’s juffen en meesters of leerkrachten? En hoe noem je de directeur van de school, Juf Gerda of mevrouw Van Lange? Mag je een afkorting voor de naam van de school gebruiken? En wanneer moet er een logo van de school bij? Het is handig als de school een schrijfwijzer heeft waarin zulke afspraken vastgelegd zijn. Zo maakt iedereen dezelfde keuzes en hoef jij er tijdens het schrijven niet meer over na te denken.

  1. Laat je tekst even liggen

Als je net een tekst geschreven hebt, is het moeilijk om de fouten eruit te halen. Je zit te veel in de tekst om die van een afstand te kunnen bekijken. Laat een tekst als dat kan daarom een nachtje liggen. Lees hem daarna opnieuw door. Professionele tekstschrijvers en journalisten doen dit ook.

  1. Laat iemand meelezen

Voor ingewikkelde teksten is punt 7 niet voldoende. Vraag een collega of taalvaardige ouder om de brief of internettekst mee te lezen. Een ander kijkt altijd met een frisse blik naar een tekst die jij misschien al bijna van buiten kent.

Archief Tips

DELEN