Ouderparticipatie

Column Marc

Juf & Meester - Columns - Meester Marc

Marc ter Horst (47 jaar) is vader van Simon (groep 6) en Aniek (brugklas). Hij is tekstschrijver, educatief auteur en schrijver van de informatieve kinderboeken ‘Hé Aardbewoner’ en ‘Van oerknal tot robot’.

Het voelt als een soort ouderparticipatie om me vooral niet overal voor op te werpen

Juf en Meester - Columns - Logo Meester Marc

Ja, ik geef het toe. Ik ben een van die ouders die elke ochtend weer schielijk langs het mededelingenbord loopt.

Net te hard om te kunnen lezen dat er luizenouders nodig zijn en net langzaam genoeg om vast te stellen dat er weer geen vader gevraagd wordt om tegen een fikse vergoeding een paar schatten van kinderen naar Naturalis te rijden. Soms zie ik vanuit mijn ooghoek iets staan waar ik misschien toch meer van moet weten. ‘Heeft u een bijdra…’ of ‘In de bovenbouw heerst builenpe…’. Dan neem ik mij voor om de volgende dag nog even goed naar het tweede deel van de zin te kijken. Nu in de remmen gaan, teruglopen en me een weg banen door de minder haastige ouders vind ik geen reële optie.

Ik vraag me weleens af hoe die ouders dat doen, dat minder haastig zijn. Een deel is gewoon minder druk, denk ik, al ben ik zelf ook weer niet zo’n carrièrebaasje. Maar kennelijk toch meer dan de ouders die om tien uur nog op het plein staan te beppen en die zich wél aanmelden als kookouder, voorleesmoeder of kerstboomvader. Maar hé, ik heb ook mijn betrokken periode gehad. Niet zo betrokken als de harde kern, maar toch. Ik ben een blauwe maandag biebouder geweest, heb een paar keer wat kinderen de brug over gereden en heb zelfs een dag meegelopen op kamp. Daar boog ik diep voor de vrolijk schminkende, afwassende en logerende ouders. Het leek me redelijk hels om daar op de betonnen vloer van de blokhut tussen tientallen met ranja afgetopte kinderen op een schimmelig luchtbed wat slaapminuten te pakken onder de voortdurende marteling van snurkende, moppen tappende en (alweer!) plassen moetende kinderen. Mijn conclusie was onvermijdelijk: dit konden we de slaapouders volgend jaar niet weer aan doen. Ik (voeg hier een dramatische stilte in) moest mij opofferen.

Krap een jaar later suisde ik langs het mededelingenbord en zag vanuit een ooghoek de intekenlijst voor kampouders. Gewoontegetrouw vertikte ik het om om te keren en trad de volgende dag alsnog vrij onverveerd mijn lot tegemoet. Maar echt: op de hele lijst was geen plekje meer vrij. Het hele blad stond vol met ouders die wilden rijden, koken, begeleiden en jawel, ook slapen. Ik begreep zelfs dat er sprake was van wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Sindsdien voelt het als een soort ouderparticipatie om me vooral niet overal voor op te werpen. Je moet er toch niet aan denken dat er in elke klas dertig ouders zich aanmelden als lamineermoeder of spelletjesvader? Lang leve de lege-plek-op-de-lijstouder!

DELEN