Toveren

Gastcolumn

Gastcolumn van Syl
Juf Syl (42) is al haar halve leven werkzaam in het onderwijs. En waarom? Omdat je ertoe doet als leerkracht.

Blijkbaar waren deze leerlingen niet bepaald de lieverdjes van de school.

Als ik terugdenk aan alle leerlingen die ik in de klas heb gehad, had ik bij sommige van hen graag een toverstokje willen gebruiken. Zo één waarmee ik met wat magische woorden het probleem meteen opgelost zou hebben.

Ik begon mijn onderwijsloopbaan in het speciaal basisonderwijs. Ik zie mijn groep schoolverlaters nog voor me. Veertien leerlingen waren het. Allemaal met een flink gevulde rugzak, waar ik, juf Syl, geen idee van had.

Blijkbaar waren deze leerlingen niet bepaald de lieverdjes van de school. Het was eerder aftellen tot ze school zouden verlaten. De ‘zittende’ leerkrachten konden het niet meer opbrengen om deze leerlingen les te geven. Er waren zelfs onderling al weddenschappen afgesloten hoe lang de nieuweling het vol zou houden. Dit hoorde ik overigens pas later.

Vooral Roy was de schrik van de school. Agressief, niet te sturen of in beweging te krijgen. In koffiekamertermen omschreven als ‘een hopeloos geval’. Ik was niet op de hoogte van al deze informatie. De eerste week had ik niet iets specifieks aan zijn gedrag opgemerkt. Ik voelde wel dat zijn ogen heel erg op mij gericht waren. Waar ik heen ging, volgden zijn ogen mee.

Op een dag waren alle leerlingen zelfstandig aan het werk. Roy’s tafel stond tegen mijn bureau en ik zat achter mijn bureau de klas te observeren. Roy keek mij aan. Ik keek terug. ‘Juf,’ zei hij, ‘noemt iemand je ooit weleens juf Sillebil?’ Hij bleef mij ondertussen strak aankijken.
‘Nee, eigenlijk niet,’ antwoordde ik met een glimlach.
‘Mag ik jou dan zo noemen?’ vroeg hij verder.
‘Dat mag,’ zei ik, ‘maar alleen op heel speciale momenten.’
Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Dat antwoord was blijkbaar voldoende.

En ik hoefde niet lang te wachten op dat speciale moment. Tijdens het buitenspelen stond Roy op het punt om een andere leerling aan te vallen. Ik riep zijn naam en snelde naar hem toe, terwijl ik met mijn vinger in zijn richting wees. ‘Roy, je weet het hè! Er is maar één iemand, die weet hoe ik ook nog heet.’

Zijn gebalde vuisten ontspanden meteen. Zijn ogen zochten de mijne op. ‘Ja, juf, dat ben ik en ik zal het niet verder vertellen.’ En met die woorden legde hij zijn vinger op zijn mond en zei zachtjes: ‘Sssst, juf Sssssssillebil.’
En dat waren de toverwoorden voor Roy.

Inmiddels vele onderwijsjaren verder heb ik een heel toverboek vol recepten, want ieder kind en/of situatie vraagt weer om andere magie.

DELEN