Trots op onze deeltijdstudenten pabo

Klaas Hoorn – al zeventien jaar docent aan de Marnix Academie in Utrecht – trots op zijn deeltijdstudenten. In Juf & Meester lees je meer over Klaas en zijn studenten.

Samen richtten ze een fictieve school op; school 2.0. Een school waarbij de studenten samen nadenken over het onderwijsconcept, de ontwikkeling van missie en visie, een beleidsplan, de vormgeving van het nieuwe schoolgebouw, enz.

Wat is ‘School 2.0’?

Klaas Hoorn, studiecoach aan de Marnixacademie: ‘School 2.0.’ is ontstaan nadat we tijdens studiecoaching een gesprek met elkaar hadden over werkdruk in het basisonderwijs. Naast veel administratieve taken komt er veel op het bordje van de leerkracht terecht. Een van de studenten kwam met de opmerking: ‘Laten we nu eens ophouden over wat we niet willen in het onderwijs, maar met elkaar praten over wat we juist wél belangrijk vinden’. Het idee ontstond om een fictieve school op te richten, waarbij de studenten samen nadenken over het onderwijsconcept, de ontwikkeling van missie en visie, een beleidsplan, de vormgeving van het gebouw van de nieuwe school enzovoort, enzovoort.

Tijdens die gesprekken stuurt de studiecoach op het leerproces. Vaste onderdelen van studiecoaching ontwikkelen zich zo ‘spontaan’ en ‘spelenderwijs’: het vormen van de professionele identiteit als leerkracht, visieontwikkeling, het bestuderen van theorie. De koppeling van theorie aan praktijk wordt betekenisvol, studenten zijn betrokken, want het wordt ‘hun school.’ Ook intervisie krijgt meer kleur, het raakt immers aan de actuele ervaring in de stage in de praktijkscholen.

Een voorbeeld hiervan is de intervisiemethode “Hoeden van Bono”. Tijdens een gesprek over de verdeling van taken binnen de school 2.0. heb ik als studiecoach alleen geobserveerd. Welke hoed dragen mijn studenten in dit gesprek? De rode (emotionele) hoed, de witte (objectief analytische) hoed, de groene (creatieve) hoed, enzovoort. Draag je deze altijd? Of is er verschil in de privé- werk- of schoolsituatie? Dat leverde een mooi gesprek op.

Wat is de meerwaarde van het deeltijdstudent zijn?

1 Jiska Rozendal: Als deeltijdstudent breng je naast kennis van een eerder afgeronde opleiding ook werk- en al iets meer levenservaring mee, wat zeker kan bijdragen aan de kwaliteit van jou als leerkracht. Zo heb ik bij mijn vorige opleiding, Kinder- en Jeugdpsychologie, geleerd om mij te verdiepen in kinderen om zo ieder kind zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling. In mijn huidige stageklas kan ik deze kennis en ervaring goed toepassen.’

2 Sander Duijm: Een voordeel van een deeltijdstudent is dat deze vaak een zeer weloverwogen keuze heeft gemaakt om de opleiding te volgen. Je gaat er serieus mee aan de slag en wilt zo min mogelijk tijd verspillen. Door mijn eerdere ervaringen in het bedrijfsleven is de afstand tot de docenten op de Marnix ook kleiner: we zijn als deeltijdstudenten kritischer naar de stof en docenten en durven (en willen) in discussie gaan. Als ouder van een kind is het betreden van een school als stagiair ook gemakkelijker: je bent bekend met kinderen, de schoolomgeving en weet ook beter hoe hun leefwereld eruitziet. Je kunt de school vanuit meerdere perspectieven zien: als ouder, als leerkracht, als leerling en als iemand die weet hoe organisaties werken.’

3 Edward Hulst: ‘Deeltijders zijn al gewend aan het werken in een organisatie. In mijn geval betekent dat ze bijvoorbeeld dat ik al gewend ben aan het behalen van doelstellingen, samenwerking met collega’s en het profileren van je organisatie. In mijn vorige baan heb ik ook meerdere malen presentaties moeten verzorgen. Het hebben van kinderen leert je dat je in je gedrag naar hen toe consequent en voorspelbaar moet zijn. Dat geldt ook voor je omgang met leerlingen.

4 Annemarije Erdmann: De deeltijdstudenten zijn meestal al wat ouder en hebben al een opleiding gedaan, sommige dingen gaan daardoor meer vanzelf. Bij mezelf merk ik dit bijvoorbeeld bij het voor een groep staan. Tijdens mijn vorige studie heb ik al veel presentaties moeten geven, dus dat ging eigenlijk meteen al goed. Ik weet zeker dat dit een enorm leerpunt voor mij was geweest als ik direct na de middelbare school aan de pabo was begonnen.

5 Femke Bosma: ‘Ik sta nu een stuk steviger in mijn schoenen dan toen ik achttien was en net van school kwam. Ik ken mezelf ook veel beter en weet wat ik kan en waar ik aan moet werken. Door mijn werk met individuele leerlingen kan ik mij beter verplaatsen in de kinderen, omdat ik de afgelopen jaren veel met basisschoolkinderen heb gewerkt. Doordat ik na andere studies en banen erachter kwam wat ik niet wilde en juist wel, ben ik nu erg gemotiveerd voor de studie en het vak.

7 Lideke Malschaert: ‘Als deeltijdstudent bekijk je zaken en dingen van een andere kant, omdat je van een ander onderwerp al veel kennis hebt. Daarnaast weet je beter wat je eigen valkuilen en pluspunten zijn. Door alle ervaringen kun je (vaak) beter met feedback omgaan dan voltijdstudenten die net beginnen. De deeltijders hebben echt heel bewust gekozen voor de Pabo en dat is leuk. Iedereen is er erg serieus en enthousiast mee bezig.

8 Sandra Hollak: ‘De motivatie is hoog, omdat je heel goed weet wat je wil en je er goed over hebt nagedacht, voordat je dit naast je gezin, werk en andere dingen gaat doen. Ook natuurlijk je kennis en kunde van wat je eerder gedaan hebt, maar bovenal van jezelf.

Wat vinden de studenten van ‘School 2.0’ als anker voor studiecoaching?

1 Jiska Rozendal: ‘Het is erg fijn om via ‘School 2.0’ de theorie aan de praktijk te verbinden. Hierdoor krijg je een helder beeld van wat je nu echt belangrijk vindt in jouw onderwijs en jouw klas, maar ook binnen de school als geheel.’

2 Sander Duijm: ‘Betekenisvol . Het zorgt ervoor dat je een stip op de horizon hebt om naartoe te gaan en de route op eigen wijze mag invullen. Omdat je samenwerkt aan die school, kun je ook je eigen visie toetsen aan die van anderen, daarvan leren, je visie bijstellen en je laten inspireren.’

3 Edward Hulst: ‘Heel leerzaam. We kunnen vanaf nul nadenken over en bouwen aan wat wij vinden waar de school aan moet voldoen. We zijn dus niet gebonden aan bestaande onderwijsvormen. Wel kunnen we ze als inspiratie gebruiken. De studenten in de studiecoachgroep hebben vanzelfsprekend verschillende stokpaardjes. Deze sluiten elkaar echter niet uit en kunnen, door ze te combineren, tot een mooie school leiden.’

4 Annemarije Erdmann: ‘Het is heerlijk om eens te mogen dromen. Om je hele school zelf te mogen ontwerpen en invullen. Tijdens dat dromen word je wel gestimuleerd om kritisch na te denken over je visie en welke keuzes bij die visie horen. Het is een hele mooie manier om erachter te komen wat jij belangrijk vindt aan een school.’

5 Femke Bosma: ‘Het zorgt ervoor dat je er samen over nadenkt wat je graag zou willen plus dat je echt geïnspireerd raakt door de andere studenten. Je komt op stage van alles tegen, maar soms verlies je uit het oog hoe je het zou willen in de toekomst. Geen utopieën, maar wel je idealen duidelijk op je netvlies.

7 Lideke Malschaert: ‘Top! Hierdoor denk je heel goed na over wat je nou echt belangrijk vindt. Een eigen school ontwerpen is wel iets anders en uitdagender dan enkel je visie schrijven.

8 Sandra Hollak: ‘Het is heel concreet. Je maakt van alles mee met je stage, je leest van alles, en je hebt een mening over het onderwijs. Zo vertaal je dit alles concreet naar een school 2.0. Je doet het niet alleen om je eigen visie en mening scherper en dieper te krijgen, maar je doet het ook met anderen. Je leert het daardoor onder woorden brengen en je gaat in discussie met elkaar. En ook doordat we straks allemaal achter onze school 2.0 staan, heeft het al meer draagvlak dan als je zelf wat bedenkt. Ook heel inspirerend om de visie van anderen op onderwijs te horen.’

DELEN